Twintig jaar Maelwael Van Lymborch in Nijmegen

Het beeld van Nijmegen rond 1400 is compleet gekanteld, van onbekend naar bemind

© André Stufkens en Clemens Verhoeven, november 2022

Heel lang bestond het beeld van middeleeuws Nijmegen uit twee hoogtepunten: aan het begin Karel de Grote en aan het einde Mariken van Nieumeghen. Daartussen misschien nog de Valkhofburcht, wiens herbouw door de lokale politiek eigenhandig is gesneefd. Meer was er niet of nauwelijks. Dat Nijmegen rond 1400 een economische en culturele bloeitijd meemaakte, een gouden halve eeuw, was volslagen uit de hoofden van de bewoners weggeslagen. Wie had in 2002 gehoord van de gebroeders Van Lymborch, van Johan Maelwael of van hertog Willem I van Gelre en wie van het belang van deze periode voor de stad? Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar dat was toen allemaal volslagen onbekend.

Tegen de stroom in
  Niet de universiteit, noch het museum of de overheid, maar een burgerinitiatief deed de harten sneller kloppen voor deze periode en het belangrijkste kunstenaarsgeslacht dat de stad heeft voortgebracht. Tegen de stroom in, tegen al twee eeuwen van negeren, onkunde of verwarring in de wetenschappelijke wereld over de herkomst van deze kunstenaars en hun Nijmeegse en Gelders context. Nog in 2005 staat in het driedelige standaardwerk Nijmegen: geschiedenis van de oudste stad van Nederland te lezen over de laatmiddeleeuwse periode: ‘het culturele leven bleef daarentegen van geringe betekenis en op dit gebied heeft Nijmegen, net als andere Gelderse steden geen rol van betekenis gespeeld’. Echter, rond 1400 liepen in de stad drie en mogelijk vier kunstenaarsgeslachten rond, die nu wereldberoemd zijn: drie generaties Maelwael, drie generaties Van Lymborch, drie generaties Van Aken-Bosch – de overgrootvader, grootvader en vader van Jheronimus Bosch, allen schilder te Nijmegen – en mogelijk hebben zelfs de gebroeders Van Eyck deels hun opleiding genoten in de lokale werkplaatsen. 
  Het beeld van Nijmegen rond 1400, zo lang vergeten, is inmiddels volledig gekanteld. 

De Burchtstraat, een bijzondere straat
  Het Wapenboek Gelre (1393-1402), waarschijnlijk in de Burchtstraat vervaardigd, bewijst eveneens het tegendeel, want deskundige heraldici in binnen- en buitenland rekenen het tot het belangrijkste armoriaal uit de middeleeuwen van de vierhonderd wapenboeken, die bewaard zijn gebleven. Er is geen ander atelier bekend dat op zo’n hoog niveau tekeningen en schilderingen kon produceren als dat van Herman en Willem Maelwael, bovendien zijn er bronvermeldingen in de hertogelijke rekeningen dat Herman Maelwael opdrachten voor de heraut Gelre verrichtte. Daarnaast toont een groeiend aantal manuscripten het belang aan van Nijmegen als cultureel centrum, zoals het gebedenboek van Maria van Gelre (1415), waarin de persoonlijke invloed van de Van Lymborchs zichtbaar is. Waar het Van Bronckhorst-Batenburg getijdenboek (1410-20) of het Getijdenboek van Katharina van Kleef (ca. 1442) zijn vervaardigd en door wie is onbekend, maar een kopie van De natuurkunde van het geheelal in 1422 vervaardigd door de Nijmeegse koopman Slotellbuyger toont aan dat ook buiten de hofkringen hier manuscripten werden vervaardigd. In de stad ontwikkelde zich een cultureel en intellectueel klimaat waarin ambachten en kunst konden opbloeien. Marsilius van Inghen, Nijmegenaar van geboorte, werd na zijn loopbaan aan de Parijse universiteit de oprichter van de oudste universiteit van Duitsland. Bij terugkeer werd hij in Nijmegen gelauwerd.
De Burchtstraat, de hoofdstraat tussen de machtige burcht en Stevenskerk, kende een opvallende mix van bewoners: edellieden, raadgevers en andere hovelingen woonden tussen de beste ambachtslieden van het hertogdom. Een effectieve combinatie: de adel pronkte met excellente aankleding, vervaardigd door goudsmeden, beeldsnijders, heraldici, en andere kunstenaars, wiens ateliers juist konden opbloeien dankzij de stroom aan opdrachten van hun naaste buren. De familie Maelwael-Van Lymbroch bezat maar liefst acht panden in de Burchtstraat, o.a. drie in het blok met de stadskastelen van het Hof van Gelre.

Hendrik Feltman, Detail van Burchtstraat in de 17e eeuw met in rode cirkels de acht panden van de Maelwael-Van Lymborchs rond 1400.

Hertog Willem I van Gelre, vorst van Europeees formaat
  De hoofdbewoner van de Valkhofburcht, Willem I van Gelre (1364-1402), zorgde voor een hofcultuur die zijn gelijke in het hertogdom niet kende. Dankzij hem kwamen kunstenaars van heinde en verre zich hier vestigen, tevens Joden en Lombarden. Hij liet een tweede stadsmuur en een havenkraan bouwen, ondersteunde de bouw van kloosters en kerken, renoveerde de St Nicloaaskapel en zorgde er na lang onderhandelen voor dat Nijmegen in 1402 toegelaten werd tot het Hanzeverbond. De jonge hertog groeide uit tot een vorst van Europeees formaat, werd in Londen ridder in de Orde van de Kousenband, toog zeven keer op kruistocht naar Litouwen, reisde twee keer naar Praag, naar Parijs en Venetië, kwam terug uit Jeruzalem met een reliek van het Ware Kruis, en ontving meer herauten uit Europese landen dan alle andere Gelderse vorsten bij elkaar. Zijn overwinning in juni 1388 op de Brabanders en verzoening met de Franse koning, die met een immens Frans leger was opgetrokken tot op 100 kilometer onder Nijmegen om het hertogdom te verslaan, is een beslissend moment. Het zorgde voor de onafhankelijkheid van Gelre, tot een eeuw langer dan Holland, Zeeland of Brabant, en maakte de weg vrij voor het vertrek van de Maelwael-Van Lymborchs naar Frankrijk. Johan Maelwael werd leider van de hertogelijke werkplaats in Dijon van Filips de Stoute en Jan zonder Vrees, en groeide uit tot de best betaalde kunstenaar van zijn tijd. Hoewel zijn oeuvre grotendeels is verloren is gegaan tonen topstukken in het Louvre, het Musée des Beaux-arts in Dijon en het klooster van Champmol aan dat hij met zijn innovaties van grote invloed is geweest op zowel de Franse als Vlaamse Primitieven. Zijn drie jongere neven, Herman, Paul en Johan van Lymborch werden op zijn advies aangesteld in Parijs. Ze waren pas 14 en 17 jaar jong toen zij meteen in het politieke, artistieke en kerkelijke hart van Frankrijk, in het klooster van de Notre Dame in Parijs, aan het werk werden gezet in dienst van Filips de Stoute en later van Jan van Berry. Daarna zou hun artistieke loopbaan een hoge vlucht nemen. Zowel Johan Maelwael als de gebroeders Van Lymborch keerden met regelmaat terug naar Nijmegen, tot zij in 1415 en 1416 overleden, waarschijnlijk aan de pest, waarvan in de Nijmeegse bronnen melding wordt gemaakt.

Groep middeleeuwse re-enactors van de Stichting Maelwael Van Lymborch en Het Woud der Verwachting in New York op Times Square, 2 maart 2010 t.g.v. de opening van de exposities van de Belles Heures van de van Lymborchs in het Metropolitan Museum of New York en het Gebedenboek van Katherina van Kleef in het Morgan Museum & Library. Foto: Chantal Heijnen.

Een keten van verrassingen
  Op woensdag 27 november 2002 zaten Clemens Verhoeven en André Stufkens voor het eerst aan tafel om hun missie te bespreken de kunst van de Maelwael Van Lymborchs terug te halen naar hun geboortestad Nijmegen. Zij stelden voor daartoe een stichting op te richten met een ambitieuze missie en programma. Het was de start van een beweging, die resulteerde in een aaneenschakeling van verrassende en baanbrekende exposities, publicaties, festivals, conferenties, onderzoeken en andere activiteiten, zowel lokaal, landelijk als internationaal (zie chronologie onderaan).
Tegenover het zo lang vastgeroeste vooroordeel dat Nijmegen en het hertogdom Gelre op cultureel gebied een tabula rasa moet zijn geweest lanceerde Verhoeven juist de stelling: ‘Maelwael Van Lymborchs, grondleggers van de Nederlandse schilderkunst’ en ‘In Nijmegen is de bakermat van de Nederlandse schilderkunst’. Twintig jaar geleden even visionair als gewaagd, maar inmiddels onomstreden. Hoewel er voor hun tijd al kunstenaars van naam bekend zijn, is er geen kunstenaarsgeslacht dat niet alleen een omvangrijk oeuvre heeft achtergelaten, maar al in hun eigen tijd internationaal naam heeft gemaakt.

Van huiver naar succes
  Toen Stufkens in 2002 het plan voor een expositie over de Van Lymborchs aan de conservator van Museum Het Valkhof voorstelde was de reactie evenwel huiverig. Die huiver vond zijn oorzaak in een stelling van kunsthistoricus Herman T. Colenbrander, die in 1989 tijdens een lezing had betoogd dat de Très Riches Heures du duc de Berry niet zijn vervaardigd door de gebroeders Van Lymborchs. Een stelling die op niets is gebaseerd, door deskundigen al gelijk onderuit werd gehaald en door niemand is overgenomen, omdat het de 886 kunstwerken en 201 contemporaine bronnen met vermeldingen van de Maelwael Van Lymborchs volledig negeert. Desondanks vormde het een blokkade voor het museum. In september 2003 vertrok hij en werd tot groot geluk Pieter Roelofs aangesteld, een jonge ambitieuze conservator met grote diplomatieke vaardigheden. Hij omarmde het plan van de stichting meteen en wist met het mandaat van directeur Marijke Brouwer in New York, Londen, Rome en Parijs belangrijke kunstwerken in bruikleen te krijgen. Zijn voormalige studiegenoot Rob Dückers was daarbij een belangrijke steun en toeverlaat. Binnen nog geen twee jaar tijd opende koningin Beatrix de expositie ‘Gebroeders van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof, 1400-1416’. Met een loep bekeek ze de zeventien bladen uit de Belles Heures van het Metropolitan Museum in New York. Deze eerste expositie van hun werk in Nederland veroorzaakte lange rijen en trok in amper drie maanden tijd 91.000 bezoekers. De drietalige, vuistdikke catalogus en de studieconferentie van vooraanstaande kunsthistorici maakten een eind aan zoveel decennia van twijfel over de herkomst.

Uitgangspunten voor een ‘toegepaste kunstgeschiedenis’
  De in 2003 opgerichte stichting met in het bestuur naast de initiatiefnemers ook Henk Beerten, Wim Hompe en Gerrit Middelbeek, had inmiddels niet stilgezeten. Het werd de gideonsbende om de geesten in de stad rijp te maken hun kunst te verwelkomen. Beerten gaf de ambitie weer: ‘Nijmegen een plaats geven in de driehoek New York, Parijs-Chantilly en Nijmegen’. In New York is de Belles Heures te zien, maar slechts op één opengeslagen pagina van het ingebonden manuscript. In Chantilly ligt weliswaar de Très Riches Heures du duc de Berry, maar veilig opgeborgen in een kluis, voor het publiek ligt slechts een facsimile in een vitrinekast van de bibliotheek. Als het originele werk toch niet te zien is, heeft Nijmegen meer te bieden: veel meer dan de andere steden kan hun herkomst, hun opleiding en context gepresenteerd worden. Het is wezenlijk daarvoor draagvlak te creëren in de stad. Vanaf het begin is het uitgangspunt van de stichting geweest om kunst die ooit exclusief bedoeld was voor een paar bevoorrechte ogen van vorsten en edellieden, bekend en geliefd te maken bij brede lagen van de bevolking. ‘Toegepaste kunstgeschiedenis’ derhalve, waarbij iedereen uitgedaagd werd en wordt zelf aan de slag te gaan met die kunst. In de eerste twee jaren produceerde de stichting een expositie in de Stevenskerk, een kalender, een drietalige website en een documentaire, die toentertijd door een miljoen kijkers is bekeken. De viering van 2000 jaar Nijmegen in 2005 was weliswaar niet de aanleiding voor de terugkeer van de kunst van de Maelwael Van Lymborchs, maar het heeft de activiteiten wel gestimuleerd. De opening van de expositie in Museum Het Valkhof eind augustus 2005 werd het uitgelezen moment om meer te doen dan alleen een besloten bijeenkomst voor genodigden. Met een middeleeuws festival, een kampement rondom de Stevenskerk en een optocht naar het museum van middeleeuwse figuranten uit Italië, Denemarken, Duitsland, België  en Nederland kon iedereen de tijd van de Maelwael Van Lymborchs beleven. Het sloeg meteen aan. Stufkens benoemde als motto voor waar de stichting voor stond: ‘Authentiek, duurzaam en gedragen door de bevolking’. Het festival sloeg aan en keert jaarlijks terug, het enige festival in Nederland ter ere van kunstenaars. In hetzelfde jaar ontdekte historicus en filmmaker Peter van der Heijden de kelder onder een croissanterie in Burchtstraat 63, dat hij stap voor stap heeft ontwikkeld tot het Gebroeders Van Lymborch Huis.

Tweehonderd jaar onbekend en onbemind
  Na tweehonderd jaar vermeldingen en onderzoek raakte Nijmegen in de ban van de Maelwael Van Lymborchs. Al in 1806 wist de Gelderse archivaris Gerard van Hasselt de naam van Herman Maelwael te melden en een eeuw later legde de Nijmeegse stadsarchivaris Herman van Schevichaven uit dat de Maelwael familie uit Nijmegen afkomstig was. Maar dat vond geen enkele weerklank. Zelfs de baanbrekende publicaties in 1954 en 1956 van de Kleefse archivaris Friedrich Gorissen over zijn grote vondst dat de Van Lymborchs uit Nijmegen afkomstig zijn, veroorzaakte ter plaatse geen enthousiasme. Het werd evenwel in het buitenland gelijk overgenomen. Daardoor bleef het onderzoek en de kennis over de Maelwael Van Lymborchs in handen van buitenlandse kunsthistorici, die van de complexe geschiedenis van Gelre en Nijmegen weinig tot niets wisten. De Franse kunsthistoricus Jean Porcher schreef over de kunstenaars ‘Voor wat betreft hun land van herkomst lijkt het dat ze niet meer hebben meegenomen dan zichzelf, wat echter essentieel was.’ Ook in eigen land drong noch de herkomst, noch de context en het belang van de kunstenaars door. Ton Lemaire, docent cultuurfilosofie van de Radboud Universiteit wist in 1970 te melden dat de Van Lymborchs Vlamingen zijn en hoogleraar kunstgeschiedenis Jeroen Stumpel van de Universiteit Utrecht schreef nog in 2016: ‘Een groot deel van de miniaturen is rond 1415 gemaakt door twee broers [sic] die voor zover we weten uit Nijmegen kwamen. Dat hoorde toen bij Limburg, en we kennen ze dan ook als de Gebroeders van Limburg’. De provincie Limburg is pas in de 19e eeuw ontstaan en de familie Van Lymborch is daar niet uit afkomstig.
  Sinds de stichting begon met haar werkzaamheden is de wetenschappelijke kennis van het kunstenaarsgeslacht enorm gegroeid. De correcte schrijfwijze van de familienaam Van Lymborch bijvoorbeeld, of wat de openingstekening van het Wapenboek Gelre voorstelt: keizer Karel IV beleent Gelre aan hertog Willem I. Met deze tekening begint het realisme in de Nederlandse schilderkunst, het begin van de lange, beroemde traditie met na de Maelwael-van Lymborchs: Breughel, Vermeer, Rembrandt en van Gogh. Onlangs meldde de stichting Maelwael Van Lymborch Studies nog de toeschrijving aan Johan Maelwael van het grote paneel in het Louvre over St Denis. Het beeld van Nijmegen en Gelre rond 1400 is niet alleen drastisch gewijzigd, die groeiende kennis wordt nu ook vanuit hun geboorteplaats de wereld in verspreid. Met het wetenschappelijk onderzoek, zoals het DNA- en eiwitanalyse van een gevonden getijdenboek uit de bibliotheek van Jan van Berry, en de internationale uitgaves van de Stichting Maelwael Van Lymborch Studies wordt de ambitie van twintig jaar geleden waargemaakt en neemt Nijmegen inderdaad een plaats in de driehoek New York-Parijs-Nijmegen.

 

Een overzicht van boeken, die sinds 2005 vanuit Nijmegen zijn verschenen, in binnen- en buitenland, waardoor de kennis over de Maelwael- Van Lymborchs en hun Nijmeegse/Gelderse herkomst essentieel is verbeterd


Van de meest onzichtbare kunstwerken tot de meest gereproduceerde

  Ooit waren de getijdenboeken van de Van Lymborchs slechts exclusief bedoeld voor de ogen van enkele vorsten. Hoe minder mensen het te zien krijgen, des te hoger de waarde, zo was de gedachte. Nog steeds zijn de drie getijdenboeken van hun hand niet of nauwelijks te zien. Maar jaarlijks bezoeken 15 miljoen mensen Disneyland bij Parijs en zwelgen in het hoogtepunt van deze sprookjeswereld: het Kasteel van Doornroosje, dat met een roze-blauwe, zestien meter hoge toren elegant boven het park uitstijgt. Tracey Eck, Art Director van het park, stelt: ‘The symbol of Disneyland Paris is a combination between the Mont-Saint-Michel shape and that of the castles from the illustrations of the Très Riches Heures du Duc de Berry.’ De verbeelding van de drie broers Herman, Paul en Johan van Lymborch is zes eeuwen na ontstaan onderdeel van de massacultuur geworden en verwondert vele miljoenen. ‘De meest gereproduceerde kunstenaars van de middeleeuwen’, zo mag met recht worden gesteld, hoewel dat nou juist niet de bedoeling was van de opdrachtgevers uit de middeleeuwen. De kalenderbladen uit de Très Riches Heures zijn de bekendste afbeeldingen van de middeleeuwen geworden en staan wereldwijd symbool voor die periode.
  Ook in Nijmegen is het draagvlak onder de bevolking groot, zowel het aantal vrijwilligers dat zich al jarenlang inzet, de belangstelling voor het Gebroeders van Lymborch Huis of de aantallen bezoekers van het festival tonen dat aan. Het wordt gedragen door de gemeenschap en zo een vorm van gemeenschapskunst. Na twintig jaar hebben de Maelwael Van Lymborchs en het bewustzijn van de bloeiperiode rond 1400 een vaste plaats in het culturele landschap van Nijmegen gekregen en zal in de toekomst alleen maar groeien.


Vrijwilligers van het festival van 2014. Foto: André Stufkens.

CHRONOLOGIE 200 JAAR MAELWAEL VAN LYMBORCH



1806 Eerste vermelding Herman Maelwael in Geldersche Oudheden door Gerard van Hasselt, de eerste archivaris van Gelderland, nog zonder uitleg over wie of wat.
1849 Eerste vermelding Paul van Limburg (in Nederlandse spelling) door Léon de Laborde, hoofdarchivaris van het Franse keizerrijk. Deze spellingswijze, niet gebaseerd op enig onderzoek, is door bijna iedereen overgenomen en zorgde voor grote en voortdurende verwarring over de herkomst van de familie.
1855 Aankoop door Henri, hertog van Aumale, van de Très Riches Heures du duc de Berry
1879 Aankoop door baron d’Ailly van de Belles Heures, het jaar daarop doorverkocht aan De Rothschild
1884 Léopold Delisle publiceert als eerste dat de Très Riches Heures zijn vervaardigd door de gebroeders Van Lymborch, in de Gazette des Beaux-Arts. Hij vond in de inventarislijst van Jan van Berry de befaamde vermelding: ‘Item, en une layette plusieurs cayers d’unes tres riches Heures que faisoient Pol et ses frères, tres richement historiez et enluminez; prisez Vc liv.tournois’.
1886 Chrétien Deshaisnes publiceert op basis van zijn waszegel de juiste, middelnederlandse spelling van de naam Johan Maelwael en tevens dat hij afkomstig is uit Gelre
1898 Cyprien Monget publiceert inventarislijsten met de juiste naam Johan Maelwael uit Gelre
1904 Graaf Paul Durrieu publiceert eerste monografie over de Très Riches Heures du duc de Berry
1910 De Nijmeegse stadsarchivaris Herman van Schevichaven publiceert als eerste in Nederland dat de familie Maelwael afkomstig is uit Nijmegen
1919 Johan Huizinga publiceert de eerste druk van Herfstij der middeleeuwen, in de 2e druk verschijnen daarin de namen Van Limburg (sic), Maelweel (sic) en Sluter. Huizinga is de eerste die in Nederland de naam Van Limburg hanteert, gebaseerd op de Franse bronnen. Nederlandse bronnen negeerde hij, waardoor de verkeerde spellingswijze voortduurt
1924 replica van de Mozesput (Sluter, Maelwael, Van Werve) in het Rijksmuseum geplaatst, aan begin van de eregalerij (na oorlog verdwenen) als statement dat bij hen de Nederlandse kunst begint
1940 Verve (‘mooiste kunstblad van de wereld’) publiceert nummer met kalenderbladen in kleur
1948 Het Amerikaans tijdschrift LIFE publiceert in haar eerste kleurennummer de kalenderbladen
1954-56 De Kleefse stadsarchivaris Friedrich Gorissen publiceert twee baanbrekende artikelen met de vondst dat de familie Van Lymborch afkomstig is uit Nijmegen. Hij beschrijft maar liefst 182 contemporaine bronnen, o.a. uit de stadsrekeningen van Nijmegen, de schepenprotocollen en hertogelijke rekeningen. Zijn vondsten worden in het buitenland meteen overgenomen, in Nijmegen veroorzaakt het geen enkele rimpeling
1973 De Amerikaanse kunsthistoricus Millard Meiss publiceert een grondige monografie over de gebroeders Van Lymborch, waarin een selectie van de bronnen van Gorissen is opgenomen
1991 Gerard Nijsten publiceert zijn proefschrift Het Hof van Gelre. Cultuur ten tijde van de hertogen uit het Gulikse en Egmondse huis (1371-1473) dat onze kijk op de kunst en cultuur in het hertogdom Gelre wezenlijk verandert

CHRONOLOGIE 20 JAAR MAELWAEL VAN LYMBORCH 2002-2023


2002 Op 27 november bespreken Clemens Verhoeven en André Stufkens de terugkeer van de Maelwael Van Lymborchs en stellen voor daartoe een stichting op te richten met een ambitieuze missie en programma; zij zoeken daar bestuursleden bij
2003 Oprichting Stichting gebroeders van Limburg, met in het bestuur Henk Beerten, Wim Hompe, Gerrit Middelbeek, André Stufkens en Clemens Verhoeven.
–  Expositie van uitvergrotingen van de maandbladen in de Stevenskerk
–  Pieter Roelofs aangesteld als conservator Museum Het Valhof, hij omarmt het plan van de stichting om het werk van de Maelwael Van Lymborch te exposeren. Samen met Rob Dückers werkt hij in twee jaar tijd aan de voorbereiding van de baanbrekende expositie, catalogus en conferentie en weet in de VS, Engeland, Frankrijk en Italië belangrijke bruiklenen te verwerven.
2004 Restauratie Mozesput in het kartuizerklooster van Champmol en graftombe van Filips de Stoute, beide met de polychromie van Maelwael
2004 Het Louvre presenteert ‘Paris 1400, les arts sous le roi Charles VI’ met enkele bladen uit de Belles Heures. In Musée Condé in kasteel Chantilly wordt tegelijkertijd eenmalig de Très Riches Heures getoond, opengeslagen op een enkel blad.
2005 Expositie ‘De gebroeders van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof, 1400-1416 in Museum Het Valkhof met 17 bladen uit de Belles Heures, catalogus in drie talen en studieconferentie. De Stichting gebroeders van Limburg organiseert bij de opening een eerste middeleeuwenfestival met binnen- en buitenlandse figuranten, waar veel mensen op af komen.
– Vondst van de middeleeuwse kelder onder woonhuis van de Maelwael-Van Lymborchs in de Burchtstraat door Peter van der Heijden.
– Kledingatelier Mette Maelwael wordt opgericht.
2006 Het Gebroeders van Lymborch Festival wordt jaarlijks;
– eerste deelname van Het Woud der Verwachting met ruiters en ridders.
2009 Expositie met bladen uit de Belles Heures in de Getty Museum, Los Angeles;
– Expositie Getijdenboek van Katharina van Kleef in Museum Het Valkhof met twee zalen reconstructies van kledingstukken door de kledingateliers
2010  Nijmegen Event in New York bij de opening van de expositie met bladen uit de Belles Heures het Metropolitan Museum of New York en het Getijdenboek van Katherina van Kleef in de Morgan Museum & Library
–  De stichting presenteert een levensgrote schietende trebuchet (katapult) op festival
2011 Reizende tentoonstelling in de Verenigde Staten, georganiseerd door de Morgan Museum & Library met de kledingstukken van diverse Nijmeegse en Gelderse kledingateliers ‘Illuminating Fashion: The Dress in Medieval France and The Netherlands’.
2012 Aankoop door het Louvre van de Man van Smarten van Johan Maelwael voor 7,8 miljoen en noemt het d belangrijkste aankoop van de afgelopen halve eeuw. Het Louvre organiseert een ‘Journée d’Étude’ over Maelwael waar al zijn werken op zaal worden getoond. Het Parijse museum exposeert de bladen uit de Belles Heures
2013 Op een Brusselse veiling wordt een onbekend manuscript aangeboden met dertig tekeningen, toegeschreven aan de Van Lymborchs voor 2,5 miljoen. Aankoop door Zwitserse eigenaar die er 11 miljoen voor vraagt.
–  Op het festival wordt vuurspugende Gelderse Draak gepresenteerd
2015 Viering ‘600 jaar Johan Maelwael’ met studiedag, expositie in tijdelijk Gebroeders van Lymborch Huis met werk van Nijmeegse realisten, in Museum Het Valkhof worden alle werken van Maelwael 1:1 gereproduceerd getoond
2016 Viering ‘600 jaar Gebroeders van Lymborch’ met glossy magazine, met studiedag en expositie van Getekend getijdenboek in Museum Het Valkhof
2017 Expositie Johan Maelwael in Rijksmuseum met o.a. de Grote ronde Pieta uit het Louvre, curator is Hoofd schilder- en beeldhouwkunst Pieter Roelofs
2018 Oprichting Stichting Maelwael Van Lymborch Studies voor de wetenschappelijke kant van het verhaal, uitgave deel I Engelstalige Maelwael Van Lymborch Studies met o.a. correcte schrijfwijze van de familienaam Van Lymborch gebaseerd op de bronnen in het stadsarchief
2019 Een grote brand in hal in Haps verwoest al het materiaal van de Blijde Incomste van het festival
– In augustus opent het gebroeders van Lymborch Huis met de authentieke 14e eeuwse kelders; het is vier dagen per week geopend voor publiek
2021 Vondst van een onbekend getijdenboek uit de bibliotheek van Jan van Berry met de margeschil deringen van dezelfde randdecorateur als van de Belles Heures. De Stichting Maelwael Van Lym  borch Studies start innovatief DNA- en eiwit onderzoek i.s.m. de Wageningen universiteit, Radboud Universiteit en Naturalis naar dit manuscript
2022 Presentatie deel II van de Maelwael van Lymborch Studies met baanbrekende resultaten

Onze Gewaardeerde Partners